a.s.r. vastgoed vermogensbeheer

Ondernemersverhaal Haanstra

Of het nu gaat om prijsvorming van akkerbouwproducten of om grond, streef naar een gezonde mix, is de boodschap van LTO-akkerbouwvoorzitter Jaap Haanstra. Bij de grond gaat het om een mix van eigendom,erfpacht, pacht en losse huur. Bij de prijs van akkerbouwproducten gaat het om een mix van vrije markt, termijncontracten, gewone contracten en andere vormen van het vastleggen van de prijs. “Vroeger moest je vooral een goede teler zijn, nu moet je vooral een goede ondernemer zijn.”

Of het nu gaat om prijsvorming van akkerbouwproducten of om grond, streef naar een gezonde mix, is de boodschap van LTO-akkerbouwvoorzitter Jaap Haanstra. Bij de grond gaat het om een mix van eigendom,erfpacht, pacht en losse huur. Bij de prijs van akkerbouwproducten gaat het om een mix van vrije markt, termijncontrHet gesprek gaat over ondernemerschap en financieringsvormen voor grond. Zijn filosofie bij ondernemerschap is dat een bedrijf zich moet blijven ontwikkelen. Zorgen dat het mogelijkheden heeft om verder te kunnen. “Het moet met de tijd meegaan. Klaarstaan voor een volgende generatie”, geeft Jaap Haanstra aan. Zelf hanteert hij twee parameters. Minimaal moet zijn bedrijf in omzet de inflatie bijhouden en elke tien jaar moet het bedrijf en stap zetten. Dat kan zijn schaalvergroting, maar ook kiezen voor andere teelten, kiezen voor opslag, kiezen voor bewerking van producten enz. “Hoe dan ook, eens in de tien jaar moet je als ondernemer wat gedaan hebben. Stel je doelen. Het voorkomt bedrijfsblindheid. Het houdt je scherp.” En voegt hij er aan toe, “Zorg dat je minimaal in het peloton van akkerbouwers zit.”


Elke situatie is anders
Wat bij ondernemerschap opgaat, geldt ook voor financieringsvormen voor grond. “Een keuze is een risicomix en die is voor elke situatie anders,” constateert Jaap Haanstra. Bij grond zijn eigendom, erfpacht, pacht en losse huur de opties. Voor zichzelf was een voorwaarde dat hij langjarig de beschikking over grond kon hebben. “Ik ben opgegroeid op een bedrijf waar we steeds andere blokken bijgehuurde grond hadden. Steeds was je met trekkers onderweg. Dat wilde ik niet.” In de loop der jaren is het bedrijf van 40 ha naar 185 ha gegroeid.


“Je moet de lasten over al je grond kunnen ophoesten”
“Ga rekenen,” adviseert de akkerbouwvoorzitter. Kijkend naar de financiële lasten per hectare staat er bij eigendom vermogensvorming tegenover en bij erfpacht langdurige beschikking over de grond plus vermogensvorming op termijn, waarop de ondernemer kan investeren. “Je moet van A naar B dus moet je de lasten over al je grond wel kunnen ophoesten en je moet er ook inkomen uit kunnen halen. Daar zit meteen het risico en ook de moeilijkheid voor een goede inschatting, want je weet niet wat de producten gaan opbrengen.” Hij maakt ook een aantal kanttekeningen. “Als boeren grond als goedkoop ervaren, is die morgen weer duurder. Bij eigendom weet je niet wat ze over 20 jaar opbrengt. Bij erfpacht weet je niet wat de canon over 20 jaar is en bij pacht weet je niet hoe de pachtdiscussie gaat aflopen.”


Overnamelast en pensioenvorming
Jaap Haanstra snijdt in dit kader nog een ander vraagstuk aan. “Doordat de bedrijven in grootte groeien krijgen bedrijfsopvolgers een ‘enorme’ overnamelast voor de kiezen, waarbij er ook nog voldoende geld moet zijn waar de ouders van kunnen leven.” Hij beschouwt zowel die overnamelast als de pensioenvorming een onderschat probleem. “Belangrijk om hier op tijd mee te beginnen, waarbij ook de belangen van de andere kinderen een steeds grotere factor van betekenis is,” stelt hij. “En,”voegt hij er aan toe, “zorg dat alles in orde is als één van de partners iets overkomt, zodat de anderen goed door kunnen gaan. Daar moet je serieus en vroegtijdig over nadenken.” Het zou volgens hem goed zijn, wanneer ondernemers over dit soort vraagstukken studiegroepen zouden opzetten. “Hoe ga je daarmee om? Als tien ondernemers iets bedenken komen er ook tien verschillende mogelijkheden uit, waar je wat aan hebt”, oppert hij.


Bokkensprongen met de prijzen
Voor de toekomst is de akkerbouwvoorzitter optimistisch of zoals hij het zelf liever zegt: realistisch. “Anders had ik niet tegen mijn zoons gezegd, dat ze boer kunnen worden,” merkt hij op. Wel moeten ondernemers rekening houden met (sterk) schommelende prijzen. “Bokkensprongen” noemt hij ze. “Ze bepalen of je een topper of een tobber bent. Het effect is enorm.” Een voorbeeld; dit seizoen is de prijs voor consumptie-aardappelen dramatisch laag, van 2 tot 3 cent per kg, terwijl de kostprijs, droog uit de schuur, zo’n 13 à 14 cent bedraagt. Het kost telers handenvol geld. “Als je alles op de vrije markt afzet, kun je bij een behoorlijke omvang van het bedrijf zomaar tegen een tonnenverlies aanlopen.” Hij ziet er het bewijs in, dat ondernemers voor prijzen een mix van mogelijkheden moeten toepassen. “Wie altijd voor de vrije markt kiest is op de lange duur beter uit dan degene die de prijs vooraf vastlegt in contracten. Dat is waar, maar bij de vrije markt kun je in een achtbaan van prijsval terecht komen. Kun je dat lijden? Bij grote omzetten kun je beter aan risicomanagement doen met een gezonde mix, waarbij je een basis legt met contracten en de rest vrije markt. Hoeveel? Ik zou zeggen een hoeveelheid die past bij de filosofie van de individuele ondernemer. Het is een hele kunst om een goede mix te maken”, stelt Jaap Haanstra. En niet bij alle producten kan het. “Bij knolselderij zijn contracten geen optie, het is goud of hout.”


Graanprijs binnen vier jaar naar 30 cent
Een mix zit ook in verschillende teelten. Tegenover de domper van de aardappelen staat een grandioos bietenjaar met de hoogste kilogramopbrengst per hectare ooit. En passant voorspelt hij binnen vier jaar een hogere graanprijs van 30 cent per kg, aanzienlijk meer dan nu. Dertig cent is goed geld. Hoe anders kan het gaan. 25 jaar geleden was akkerbouw afgeschreven met dalende graanprijzen ver onder de kostprijs. Een gevolg van een koerswijziging in het Europese landbouwbeleid. “Tot dan zorgde Brussel voor ons en waren we verzekerd van een goede prijs. Daarna waren we ineens overgeleverd aan de vrije marktprijs”, geeft Jaap Haanstra de toenmalige situatie weer, waartegen hij en zijn collega’s met trekkeracties fel protest aantekenden. “Maar tegelijk drong bij ons het besef door dat we ons bedrijf anders moesten aanvliegen. Nu nog zijn er akkerbouwers die willen dat de graanproductie geregeld wordt, maar het is een utopie om te denken dat de prijsgarantie terugkomt. We hebben te maken met een wereldmarkt met vrije prijzen.”


Belastingvrije calamiteitenreservering
Het betekende ook een omslag in de belangenbehartiging: van onderhandelen over de markt en de prijzen naar het faciliteren van ondernemers. Bijvoorbeeld bij de hectaretoeslagen zorgen dat de regels rond de verplichting om 5 procent van de grond een ecologische bestemming (efa) te geven niet de concurrentiepositie met het buitenland aantasten. Of dat de voorwaarden voor gewasbescherming gelijk blijven. Bij dat faciliteren past ook zijn voorstel voor een belastingvrije calamiteitenreservering. “Interne fondsvorming op een bedrijf, zodat een ondernemer liquide middelen heeft, als zich buiten zijn schuld gebeurtenissen voordoen die gevolgen hebben voor het inkomen. Denk aan de vogelgriep, EHEC, maar ook de boycot door Rusland, maar ook aan het afkeuren van producten buiten zijn schuld of door een ziekte. Het is meer dan de moeite waard om zo’n reservering in het leven te roepen,” bepleit hij in zijn rol als belangenbehartiger, maar ook als ondernemer, die er profijt van heeft.

Ondernemerskenmerken op een rij

  • Jaap Haanstra (56) uit Luttelgeest is voorzitter van de vakgroep akkerbouw van LTO Nederland. Samen met twee zoons heeft hij een akkerbouwbedrijf op drie locaties in de Noordoostpolder. In totaal beschikt het bedrijf over 185 ha grond.
  • Het bouwplan in 2014 bestond uit consumptie-aardappelen (38 ha), graan (37 ha), zaai-uien (28 ha), bieten (25 ha), pootaardappelen (22 ha), wortelen (15 ha) en knolselderij (15 ha). Geoogste producten worden op het eigen bedrijf opgeslagen.
  • Eén zoon rondt binnenkort zijn opleiding af, de ander draait al volop mee. In de drukke tijd huurt het bedrijf medewerkers in. Daarnaast is er één vaste zzp-er die een paar maanden per jaar wordt ingeschakeld.